1
Série noire
naar een roman van Jim Thompson.
2
Nederlandse ondertitels door: BuStEl
voor www.frenchmoviesubs.eu – 2022
3
Mevrouw, Frank Poupart,
van de afdeling „Speciale Aanbiedingen“.
4
Maak dat je weg komt,
ik heb je rotzooi niet nodig.
5
Nee. Ik denk dat hier
een fout is gemaakt.
6
Nee, nee. Ik ben alleen op zoek naar
één van mijn klanten, meneer Tikides.
7
Andreas Constantin Tikides. Iemand
vertelde me dat hij bij jou werkte.
8
– Hij is je geld schuldig, toch?
– Nee, helemaal niet.
9
Hoe moet ik het zeggen?
Het is andersom. Hij deed een
10
extra betaling en natuurlijk
willen we hem terugbetalen.
11
Verspil je tijd niet, jongeman. Heb je
enig idee wat hij deed, de kleine klootzak?
12
Ik heb hem ingehuurd om mijn
konijnenhokken op te knappen.
13
Toen ik hem gaf wat ik hem schuldig was
deed hij alsof ik hem misbruik had.
14
Gisterenavond kwam hij terug en
opende al mijn konijnenhokken.
15
Zeventien konijnen, realiseer je je
dat? Dus wees niet bang, jongeman.
16
Ik zal je precies vertellen
waar je de klootzak kunt pakken.
17
In het fitnesscentrum, de tweede
straat na het spoorwegviaduct.
18
– Ja, ik begrijp het.
– Doe hem de groeten.
19
Bedankt mevrouw. Weet u wat uw
hokken echt kunnen gebruiken, mevrouw?
20
Twee of drie grote, stevige,
ouderwetse hangsloten.
21
Verchroomd messing, geïmporteerd
uit Zwitserland. Let op onze
22
onbeperkte garantie van één
jaar op alle aangekochte spullen.
23
Bespaar me je verkooppraatjes!
24
Kom op, nu, neem een kijkje,
mevrouw geen verplichtingen.
25
Kijk daar maar eens naar.
26
Producten voor al uw schoonheidsbehoeften
in een lederen en synthetische etui.
27
Niets. Ik heb geen
geld om weg te gooien.
28
En, en de juffrouw… Uw dochter,
misschien zoekt ze iets kleins.
29
Niet mijn dochter.
Ze is mijn nicht.
30
Je nichtje. Ze is aardig je nichtje.
Inderdaad, wauw! Ja. Oh ja.
31
Ik zag haar daarboven. Voor
mezelf sprekend, ik zou kopen.
32
We zouden het wel vinden met elkaar…
33
– Ja, ik zal je iets geven.
– Nou goed!
34
Zoals wat, geld? Geld geld geld.
Er is meer in het leven, nietwaar?
35
Heeft u kamerjassen?
36
Kamerjassen? Nou,
dat is een van onze
37
specialiteiten: rechtstreeks
uit Oostenrijk, pure.
38
Pyreneeënwol, en je hebt geluk. Ik heb
hier waarschijnlijk een die bij je past.
39
Wacht hier even.
40
Wacht? Wees geen
sukkel. Deze keer niet.
41
Juffrouw?
42
Dit moet je
kleine slaapkamertje zijn.
43
Het is simpel, heel leuk,
een beetje ruw hier en daar.
44
Excuseer, maar je
jurk is uitgevallen.
45
Het spijt me.
Ik vertrek.
46
– Hoe heet je?
– Mona.
47
Laat ze je dit al
een tijdje doen?
48
Mijn hemel… voor een
kamerjas… dat moet je niet doen.
49
Het klopt niet, op jouw
leeftijd, hoe oud ben je?
50
Er zijn andere
manieren, nietwaar?
51
Kom op, noem één baan, willekeurig…
het zal altijd beter zijn dan dit.
52
Wat doen we nu?
53
– Wat?
– Neem een besluit. Nu of nooit?
54
Mona.
55
De smeerlappen…
56
Heb je hulp nodig?
57
Wil je?
58
Ja of nee?
Wordt je gedwongen of niet?
59
Oké, oké, oké. Oké. Verdomd!
60
Verdorie. Schrik niet.
Verdorie, ik heb er genoeg van.
61
– Ik vertrek.
– Kom je terug?
62
– Huh?
– Kom je terug?
63
Ah! Ze heeft haar stem gevonden!
64
Hoezo? Waarom zou ik terugkomen?
Om wat te doen?
65
Zeker.
66
Zeker. Ik zal terug komen.
67
Vind je niet dat ik er
dik uitzie? Een beetje?
68
Maar helemaal niet. Je bent
zo slank als een schoppenaas.
69
Jassen! Heb je jassen?
70
Wat nog allemaal?
Er zijn grenzen, weet je.
71
De volgende keer. Breng mij
een mooie jas voor de winter.
72
Mona… Zelfs als je een
geweldige meid bent,
73
Ik kan maar beter
op mijn kont letten.
74
Ik kom misschien nooit meer terug.
75
Mona, Mona…
76
Het leven is een strijd… een
strijd voorbij de menopauze.
77
45 tussen de tanden!
Je bent op de goede weg, oude man.
78
Verdorie shit, shit, shit,
Verdorie, shit!
79
Natuurlijk is het legaal.
80
Zou ik zulke stappen durven nemen
als niet alles volkomen legaal was?
81
Ik heb hier een contract,
meneer… voor een driedelig pak…
82
…met een loonbeslag bij geen
betaling. Het staat allemaal uitgestippeld.
83
Het is al goed.
84
Hoeveel ben ik je schuldig?
85
40 frank…
eh… 40 frank.
86
– Tikides.
– Ja meneer.
87
Ik haat dit soort onzin. Dit is de laatste
keer dat je hier een voet binnen zet.
88
Wat betreft je loon… zie je het? Nou, ik
geef het aan dit stuk stront hier.
89
Poupart, klootzak!
90
Excuseer! Ik heb haast.
91
En een kamerjas… 1. Laten
we gaan… meld je bij de dienst.
92
Oh nee, oh nee, nee.
93
Nee. Hij niet. Niet vanavond.
Het is genoeg geweest.
94
Een beetje insectenspray
is voldoende.
95
Taplin? Pouppart hier.
96
Dus… heb je deze
Tikides opgespoord?
97
Ah nee. Nee nee
nee nee. Nog niet.
98
Maar wacht. Luister eens naar dit…
99
Een kamerjas. Volledig betaald.
100
Geweldig, maar het zou beter zijn
als je de slechte betaler had aangepakt.
101
Kom op, baas. Geef me
wat tijd. Wees niet overhaast.
102
Komaan?
Je moet eerlijk blijven…
103
Een beetje tijd…
oké. Zeer weinig.
104
Laten we zeggen, tot morgen… dat is
de laatste vertraging. Veel succes, Frank.
105
Tikides!
Dus vriend… wat waait er?
106
Rustig maar!
Dit is hier niet het wilde westen.
107
– Dit is een beschaafd land.
– Je bent een dief, een dief!
108
Dat pak van je scheurde meteen.
Dief! Dief! Dief!
109
Verkrachter!
Verkrachter! verkrachter!
110
Tikides is een verkrachter!
Weg met Tikides de verkrachter!
111
– Wat? verkrachter?
– Dat klopt.
112
Speel de onschuldige. Mona! Op
de plek van het oude konijnenvel.
113
Wat denk je daarvan?
114
Ze is minderjarig… en jij nu?
In de gevangenis, Tikides!
115
Met je smerige smoel zal de politie
je geen gunsten bewijzen!
116
Dus, blonde schoonheid…
Grijp je ze in de wieg?
117
Nou, oude man? Ja of
nee? neem een besluit. Verdorie!
118
Hé dikzak. Wat doe je daar?
Op de grond gezakt, hé?
119
En daar waar het natuurlijk
het meest walgelijke is.
120
Allé, kom…
121
Kom…
122
Alles oké?
123
Alles oké?
124
Hier…
Alles oké?
125
Hier…
126
Hier.
127
Kom, neem het aan.
Hier.
128
Het spijt me van je baan.
129
Hier, neem dit aan.
130
Neem het maar.
Neem het maar, zeg ik.
131
Zie…
132
Wat?
133
Het heeft geen zin om
zo te kijken naar mij.
134
Je hebt met gezocht en gevonden…
135
Maar zie je…
toen ik me liet gaan,
136
ben ik eigenlijk wel een goede
vent… een echte Sint Bernard…
137
…het hart op de juiste plaats,
mijn handen in mijn zakken.
138
Ik heb geen keus. Het
hoort allemaal bij mijn werk.
139
Goedenavond toch.
140
Beleefd als altijd, zie ik.
141
Je hebt gelijk, ik kom er niet meer
doorheen. Ik kan al mijn tijd besteden
142
aan schoonmaken en het is nog steeds
vies. Niets werkt in dit smoezelige huis.
143
En zelfs de gootsteen
is weer verstopt…
144
Het is hetzelfde zoals in Brives.
145
Het was hetzelfde in Carnot.
Overal is hetzelfde liedje.
146
Dat is niet waar, we hebben
nooit een echt huis gehad, schat.
147
We leven altijd in de sloppenwijken,
en hier is het nog erger.
148
Met jou erbij wordt ieder
huis een varkensstal.
149
Een voorbeeld, als je mijn
moeder maar had gekend…
150
…zij wist tenminste van aanpakken…
151
– Zonder stofzuiger.
– Ik ben je moeder niet.
152
En je schept er over op.
153
Goed, akkoord.
Oké.
154
Ik weet het.
155
Het zou gemakkelijker zijn
als ik meer geld verdiende…
156
…en als jij terug kon werken.
157
Verdorie toch,
het is mijn schuld niet.
158
Jeanne, ik ben uitgeput.
Volledig leeg.
159
Wees aardig. Maak wat eten voor mij klaar.
160
Jeanne.
161
Ik heb mijn excuses
aangeboden, heb je het gehoord?
162
Jeanne…
Luister je naar mij?
163
Ik vraag je… heel beleefd…
…om voor me te koken.
164
Beleefd.
Versta je wat ik zeg?
165
Kijk eens naar deze meid.
166
Wel… denk je dat je Christine Caron bent?
Is het een goed bad?
167
Ik heb nu een gat in mijn nylonkousen,
het waren mijn laatste paar.
168
Er zitten er genoeg in
mijn koffer, help jezelf.
169
Ze staan mij niet, ze zijn
veel te lang voor mij.
170
Pech, ik ga dan maar zo.
171
– Waar ga je heen?
– Ik kom niet meer terug.
172
Je kunt me kussen als je wil.
173
Doe maar jongens, nog eens, nog eens.
174
En… joepie…
Het is leuk in de Marrakech.
175
– Wil je iets?
– Ja, een kus, schatje.
176
Ah, nee, niet mijn haar…
177
– Heb je een vuurtje?
– Opa, koop maar zelf een vuurtje…
178
Om de hoek heb je een cafeetje.
Hallo patron, hoe gaat het?
179
Dag Frank. Nee… dat toch niet,
doe het hier maar uit, oké?
180
Excuseer.
Excuseer me… patron.
181
Zie hier, mijn werk.
182
Ik ben teleurgesteld, Frank.
Je stelt me erg teleur.
183
In mijn tijd deden we dingen
met een beetje discretie en finesse.
184
Hoezo? Wat heb ik nu weer gedaan?
185
De werkgever, ex-werkgever
moet ik zeggen…
186
…van deze Andreas Contantin
Tikides, belde mij gisteren.
187
Na jouw telefoontje.
188
Ik krijg het idee dat hij echt het
gevoel heeft dat hij is opgelicht.
189
Helemaal niet, echt niet.
190
Rustig aan. Rustig aan.
191
Ik verzekerde hem dat je handelde…
192
…ongetwijfeld in overeenstemming
met de wet.
193
Ik kon hem toch niet zeggen
dat ik hem oplichtte?
194
Goed. Oké.
195
Nu komen we bij de „grote bekentenis“.
Ik leende 40 francs van de kassa.
196
Ik geef het eind deze week terug.
197
– En de rest?
– Er is geen rest… wat nog meer?
198
Bespaar me je groteske gezichten.
199
Ik hoefde maar een paar
willekeurige controles te
200
doen om te beseffen dat
er toch vervalsingen zijn.
201
Het komt door deze rottige regen.
Ik heb de hele week gewerkt.
202
Hoeveel is het? Duizend? Tweeduizend?
203
– Oh, patron…
– Laten we zeggen vijftienhonderd?
204
– Dat zelfs niet.
– Vijftienhonderd?
205
Omdat je een eerlijke jongen bent,
verwacht ik mijn geld terug. Begrepen?
206
– Kan ik je een cheque schrijven?
– Kom, kom.
207
Taplin, meen je dat nu?
208
Zelfs als ik dat had gekund, zou ik
dat toch niet gedaan hebben.
209
Het is duidelijk.
210
Sorry…
211
…maar ik moet een
klacht tegen je indienen.
212
Meen je dat…
Je kent me niet goed genoeg.
213
Een gevangenisstraf zal je
wat meer verstand brengen.
214
Wie weet? Vind je
misschien wel een oplossing?
215
Luister… Baas…
216
…geef me een kans.
Geef me drie weken.
217
Ik werk 16 uur per dag en red het dan wel.
218
En wat dan nog?
Zoveel geld is dat nu ook weer niet.
219
Ik zeg het je, het is
voor je eigen bestwil.
220
Marcel!
221
Dit is Marcel. Hij is…
222
Inspecteur, een vriend…
Hij regelt dit allemaal voor ons.
223
Nou, opaatje…
224
…het lijkt erop dat je je handen niet
kan thuis houden uit de kassa.
225
Jij flikje van…
Het moet toch worden overwogen.
226
Heb je een bevelschrift?
227
Het is geen lompe,
hij kent zijn klassiekers.
228
Het is geweldig.
229
Kom, kom…
230
Kom op mijn kleine meid.
231
Kalmeer even, geen gedoe meer. Kom op.
232
Laten we toch gaan.
233
Zie je. Je kan het.
234
Dus ik zit echt in het gevang?
235
Denken jullie werkelijk dat ik in een kooi
blijf zitten? Ik, Frank Pouppart.
236
Jullie hebben jullie zelf
nog niet eens bekeken.
237
Hoor je me?
238
Zo gaat het niet door.
239
Ik laat een bom vallen.
240
Ontplof, en weg.
241
Even een telefoontje
en jullie bevinden zich in…
242
…in… in… hoe
heet het nu weer…
243
…in Biribi, in Tataouine.
244
Laat me eruit!
245
Laat me eruit!
246
Laat me eruit!
247
Laat me eruit!
248
Laat me eruit!
249
Pouppart.
250
Ah… mijn kleine Frank. Wat ben ik blij…
…dat ze je zo snel hebben vrijgelaten.
251
„Snel“?
Dat noem jij „snel“?
252
Laat me toch los. Je doet
me pijn. Wat is dit?
253
Laat mij los. Een uur geleden
heeft je vrouw me terugbetaald.
254
Ze bracht deze ochtend een envelop.
Ik heb meteen Marcel gebeld.
255
Ik vermoedde dat
ze je vrouw was omdat…
256
…ze kwam hier snel over de vloer, ik
had geen tijd om met haar te praten.
257
– En wie zou het anders zijn?
– Ik weet het niet.
258
U schijnt niet op
de hoogte te zijn?
259
Ja, toch wel.
260
Ik weet niet hoe ze zo snel
aan het geld kwam, dat is alles.
261
We hebben al veel klanten
van jouw aan de telefoon gehad.
262
Ze verwachtten leveringen…
ik vertelde hen de waarheid.
263
Proficiat! Je kan het evengoed
in de krant laten plaatsen.
264
Dat bedoel ik niet… Je vrouw heeft niet
naar mij gebeld, dat denk ik toch niet.
265
Waarom zou ze jou bellen?
266
Om erachter te komen
wat er aan de hand is.
267
Wat ben ik verstrooid, jij hebt
haar al kunnen bellen vanuit de gevangenis.
268
Uiteraard.
269
Goed. Hier staan we dan. Tot ziens, hè?
270
Je gaat ons toch niet verlaten, Frank?
271
Ik weet zeker dat je dit
vanaf nu goed zal doen.
272
En kijk…
273
Je krijgt van mij een voorschot.
Om te herbeginnen.
274
Zoals gezegd zijnde.
275
Mona?
Wat gebeurt er?
276
Wat doe je hier?
277
Nee. Ik ben alleen.
Wees niet bang.
278
– Kom.
– Dus, we vertrekken?
279
Vertrekken?
Word je gek? Mona?
280
Kom binnen, het is aan
het vriezen. Kom.
281
Heb jij mijn schulden
afbetaald aan mijn baas?
282
Jij bent toch niet te schatten.
283
Heb je het geleend?
284
Wat betekent dat?
285
Je hebt het toch niet gestolen?
286
Amai, petje af.
287
Van wie heb je het
gestolen? Je tante?
288
Het wordt beter-en-beter.
Waarom deed je dat?
289
Hoe ben jij te weten gekomen dat ik
geld moest aan mijn baas?
290
– Ik heb gebeld.
– Je hebt gebeld met Staplin?
291
Waarom?
292
Je… had zin om met mij te praten?
Had je me nodig?
293
Je had beloofd terug te komen.
294
Nogmaals proficiat.
295
En wat gebeurt er als…
als je tante erachter komt?
296
We moeten meteen vertrekken.
297
En waarom, „ik“?
In godsnaam, Mona, waarom?
298
Waarom „ik“? Waarom
deed je dat voor mij?
299
Omdat ik je laatst niet had geneukt?
300
Mona… nee, nee… niet
boos worden. Word niet boos!
301
Niet boos worden.
302
Goed, genoeg vermaak voor vandaag.
Ik breng je naar huis.
303
Binnen 15 dagen geef ik je het geld
terug, die jij betaalde aan mijn baas.
304
En dan…
komt alles in orde.
305
Arm-in-arm.
306
Maar in godsnaam,
Mona… Denk toch een beetje na.
307
Je kunt er niet van leven.
308
– We nemen de rest ook.
– De rest?
309
Welke rest?
310
Zijn er nog veel zulke?
311
Voorzichtig, Mona. Voorzichtig.
312
Laten we niet zenuwachtig worden,
geen paniek. Wat bedoel je met veel?
313
Tien miljoen.
314
Ongelooflijk.
315
Verdomde vrek.
316
Kom, ik breng je naar huis.
317
– Heb je buren?
– Nee.
318
Ben je niet bang? Helemaal alleen?
In deze louche buitenwijken?
319
Ze heeft een pistool.
320
Nu pas weet ik dat?
Jij met je verrassingen ook.
321
Het is te riskant. Ik hou niet
van wapens. Dat is slecht.
322
Mona, stop daarmee. Stop
met je theaterstukken.
323
Je rent continu weg, je maakt me gek.
Voor een „ja“, voor een „nee“.
324
Ik moet me herordenen.
Geef me tot zondagavond.
325
Laten we morgen afspreken, zaterdag…
…om 15.00 uur, in de gang achter je huis.
326
Jeanne.
327
Jeanne, Jeanne,
Jeanne, Jeanne, Jeanne.
328
Laat me hier niet alleen achter.
329
Doe mij dit niet aan.
330
Wat een verdomde ellende.
331
Is het nog niet voorbij…
…die smerige spelletjes van jou?
332
Je hebt precies chili gegeten… het lijkt
op de film „The Towering Inferno“.
333
Sorry, Mona…
Deze dingen gebeuren.
334
Je windt me teveel op.
335
Kleed je terug deftig, ik breng je terug.
336
Wat wil je nu?
337
Verdorie, ik ben geen
helderziende, Mona!
338
Druk jezelf uit, spreek.
Laat me hier niet alleen.
339
Geef het me meteen terug.
340
Laat me met rust, verdomme.
341
Ik heb geen vier armen.
Ik kan niet alles tegelijk.
342
Luister, Mona. Het heeft
geen zin om boos te worden.
343
Dus, geef de sleutel terug
en ik breng je terug.
344
Begin nu niet weer met weg te rennen.
Dat moet stoppen.
345
Denk je dat ik alles erger maak?
346
Ik kan het allemaal op
papier noteren voor jou.
347
Ik zei „morgenavond“, dus het zal
morgenavond zijn.
348
Dus…
349
Laat mij dan doen en loop
niet voor mijn voeten.
350
Begrepen?
351
En waar ligt dat wapen van die oude dame?
352
In haar kamer.
353
Eikel…
354
Kom op, maak dat je weg komt…
Hoepel op.
355
Tegen de tijd dat je me
ziet, ben je genaaid.
356
Draai zeker niet om.
357
De idioot. Hij heeft me gezien.
Hij moest me zo nodig zien.
358
Hé, Tikides, stap in.
Kom spaghetti-kop.
359
Vanavond feesten we, alleen wij tweeën.
360
Dat is leuk, hé?
361
Je bent echt een toffe kerel, Poupart.
362
Het is beter dat dan loslopen
met de politie achter je kont.
363
Om een minderjarige te verkrachten
krijg je minimum 15 jaar.
364
Begin je daar nu weer over? Ik
heb nog nooit een minderjarige verkracht…
365
Natuurlijk niet. Zij
was het die je verkrachtte.
366
Het maakte deel uit van mijn
loon, dat is de enige waarheid.
367
„Croix bois, croix fer si je
mange je vais en enfers“.
368
In godsnaam, Tikides, heb je eigenlijk
wel hersenen in je hoofd?
369
En bij die oude teef, je hebt haar
beestje vermoord, toch?
370
Ze wilde me de
rest niet betalen.
371
Inderdaad, ja. Ze wilt zich
wreken, begrijp je dat?
372
Ze ging naar de politie
en vertelde alles…
373
…dat je haar had bedreigd…
374
…dat je het meisje in bed dwong. Het is
jouw woord tegen dat van een oude dame.
375
Het is hopeloos, mijn beste.
376
Iedereen weet goed genoeg
wat ze met dat meisje doet.
377
Als ze iedereen gaan arresteren
die op haar heeft gezeten…
378
…dan blijft er niemand meer over.
379
Kun je het bewijzen?
Heb je getuigen?
380
Heb je foto’s gemaakt? Haar
handtekening op papier?
381
Je bent erbij, onnozelaar.
382
In de kookpot, Tikides.
383
Wat is er?
384
Niets.
385
Frank, wat is er aan de hand?
386
Het is niets. Niets.
Laat me met rust.
387
Excuseer.
Ik ga vertrekken.
388
Oh, nee nee. Maak je
geen zorgen… oude man.
389
Inderdaad…
…Tikides.
390
Het is precies of ik…
…dat ik er niet goed uitzie…
391
…kledij…
…huis… auto.
392
Maar ik ben het ook beu.
393
Mijn vrouw…
…is ervandoor…
394
…en ik word waarschijnlijk
ontslagen op mijn werk.
395
Dus, zie je?
396
We zitten in hetzelfde schuitje.
397
Verdorie!
398
Ik zweer het je. Ik heb echt
zin om alles eruit te gooien.
399
Frank…
…laten we er ene erop drinken.
400
Heb je toevallig Calvados?
401
Een Calvados voor mijn maatje.
402
Een zak met whisky… made in
Schotland… het fluweel van de maag.
403
Welterusten.
404
Ik…
…zoals altijd.
405
Ik doe de eerste zet.
Ik kalmeer haar…
406
Nou… ik neem
haar in mijn armen.
407
En dan, ze krijgt er grip op… ze
beheerst het… om achterover te vallen…
408
…in het bad met al haar kleren aan.
Met opzet.
409
– Ongelooflijk.
– Het is toch geen waar?
410
Met opzet.
Alleen om me kwaad te zien.
411
Welnu, ik help haar eruit.
412
Ik begin haar af te drogen.
Het spijt me van haar jurk.
413
Ik zou er zo’n nieuwe kopen…
414
…dat is alles…
Echt…
415
…verdorie… ik heb haar
geholpen… ik was goed voor haar.
416
…ze ging er toch vandoor.
417
Nadat ze al mijn spullen had beschadigd.
418
Dat is de waarheid. Telkens als ik
eraan denk, krijg ik zin om te roepen.
419
Tikides.
Ik kan er niet meer tegen.
420
– Ik heb een vrouw nodig.
– Vrouwen…
421
Wat als ik bij die oude doos langs ga…
voor haar dochter…
422
Ik ben niets zonder een vrouw.
Ik wil haar, die kleine.
423
Nu meteen…
424
Ik ga er langs.
425
Nee, nee, nee.
426
– Stop ermee!
– Nee, nee…
427
– Ik wil haar.
– Stop, nee, nee.
428
Hé, Frank… hé.
429
Ga in bad, Frank.
Om rustig te worden.
430
Ik zal koffie zetten.
431
In godsnaam…
432
Het is al lang geleden dat ik
dat nummer heb gehoord.
433
Wie zong het ook alweer? Ik
denk niet dat het Gilbert Becaud was?
434
– Denk je?
– Ja.
435
Waren het niet de zusters Etienne?
436
De zusters…
437
Ja… natuurlijk. Waarom ook
niet de zusters Peters.
438
Nu, ik weet het niet maar als de
plicht roept moeten we die volgen.
439
Je werkt op mijn zenuwen, Tikides.
440
Wat een puinhoop.
441
Wat een rotzooi.
442
Wat een waardeloze zondag.
443
We zijn ons aan het vervelen
zoals oude flikkers.
444
We zijn toch meer waard dan
dit? Zeker wel.
445
Hé. Tikiki!
446
Hoor je me?
447
Hoor je me?
448
Wel…
449
Blijf bij ons…
450
Vertrek niet.
451
Ja.
452
Hé…
453
Maak dat je wakker komt.
454
– Wat is er?
– Zeg eens…
455
Als we nu eens allebei naar het huis van de
oude vrouw zouden gaan?
456
Misschien mogen we spelen met
de kleine, wat denk je?
457
Je begint opnieuw…
458
Ik heb een vrouw
nodig. Ik zei het je toch?
459
Ik ben nergens goed
voor, zonder vrouw.
460
Geef het gewoon op.
461
Wat krijgen we nou?
Dat is makkelijk gezegd.
462
Jij hebt het gedaan met die kleine.
463
Was dat het waard?
464
Was dat het niet waard?
465
Ah… ja, ja… het was precies kermis.
466
Hoe zit het dan met mij?
Waarom zou ik niet mogen?
467
Luister, kiki: laten we naar
daar gaan… om de kleine
468
te neuken en dan breken
we het kot af, wat denk je?
469
– Walgelijk, ik zou het heel leuk vinden.
– Ah… daar gaan we.
470
– Laten we gaan.
– Wacht, luister.
471
We zijn zo dronken
als dode ratten.
472
Ik zet wat meer koffie en
dan kunnen we er verder over praten.
473
Smeerlap.
474
Smeerlap.
475
Maak dat je wegkomt.
476
– Voel je je al beter?
– Ja.
477
Komaan, laten we gewoon gaan.
478
Er zijn teveel risico’s, ik ben er tegen.
479
Goed. Je hebt koude voeten, dus tot later.
480
Nee, Frank. Luister naar
me, het is te gevaarlijk.
481
Frank, luister naar
me. Het is te gevaarlijk.
482
Uiteraard, dat is niets voor kuikens.
483
– Maar Frank!
– Maak je geen zorgen.
484
Ik regel het wel zelf.
485
Goed, akkoord. Ik ga wel mee.
486
Ga maar op zijn Griekse wijze
neuken, oké?
487
Wat een brutale klootzak.
488
– Maar Frank, neem mij mee.
– Nee.
489
Niets van, haal je vuile
handen van mijn auto. Zo.
490
Frank!
491
Je bent zo koppig… hoe
moet ik het anders zeggen?
492
Frank, laat me
alstublieft niet alleen.
493
Begrijp je niet dat dit met
voorbedachte rade is?
494
Twee dagen lang probeer ik
je daarheen te brengen.
495
Laten we ernaartoe gaan. Met volle kracht
vooruit! Kijk uit, oude teef.
496
Luister goed, idioot. Ik
zal het geen twee keer herhalen.
497
Het is niet die oude teef die
jouw huid wil, ik ben het.
498
Frank Poupart…
Poppenkop voor de vrienden.
499
Ze slaapt bovenop een hoop geld.
500
Dus ik ben van plan haar te neuken en dan
zorg ik ervoor dat jij de schuld krijgt.
501
Bravo Kapitein. Dat is precies
dat soort plannen waar ik van hou.
502
Het is geen grapje, idioot. Het is
de echte waarheid die ik je vertel.
503
Laten we gaan, chef. We zetten
alles op alles. Ze is het echt waard.
504
Komaan…
505
Arme zondagklant.
506
Frank, ik zou je iets willen vragen…
507
Luister eens…
…als je meegaat, hou je je kop.
508
Goed. Ik ga eerst.
Wacht tot ik een sein geef.
509
Luister, even een kleinigheidje.
510
Jij blieft hierin.
511
„De dag dat de regen komt…“
512
Jongeman, heb je eindelijk mijn jas mee?
513
Heb je hem in de auto laten liggen?
514
Sta daar niet roerloos als een bezemsteel.
Waar wacht je nog op? Haal mijn jas.
515
Doe eens verder.
Schiet op!
516
De kleine ligt in bed.
517
Ik trek die jas aan en jij gaat
binnen bij de kleine.
518
Wacht!
519
Wacht?
520
Wacht, niet nu.
521
Waar is het pistool?
522
Waar is haar pistool?
523
Mona, waar is haar pistool?
524
Het is op slot.
525
Mona!
Het is op slot.
526
Mona?
527
Waar is de sleutel? De
sleutel. De sleutel, de sleutel.
528
En waar heeft ze…
529
Welke is het?
Snel, snel, snel.
530
Doe eens voort.
531
Nou, het maakt niet
uit. Ga het geld zoeken.
532
Blijf daar niet staan,
ga het geld zoeken…
533
Gefeliciteerd!
534
Ik heb het eindelijk gevonden.
535
Een A-45.
536
En het is ook geladen.
537
Tikiden?
538
Tikides?
Het is in orde, je kan komen.
539
Ik kom eraan, baas.
540
Het is niet waar.
541
Helemaal gek, jouw ding.
542
Frank?
543
Frank, ben je daar?
544
De oude doos is boven. Ze kan weer
naar beneden komen. Niet bewegen.
545
– Ik kan nu naar het meisje gaan.
– Hou je mond.
546
– Frank?
– Wat nu weer?
547
Het is misschien raar maar ik zit met iets.
548
Wat?
549
Het zijn de eindwoorden van een nummer.
550
Toen we zongen… Lalalala.
Wat zijn de woorden alweer?
551
Goede god.
Is dat wat je wilde weten?
552
Frank?
553
Tikides?
Kan je het licht aansteken?
554
– Waarom?
– Ik zeg dat je het moet aansteken.
555
– Waar is de knop?
– Links van waar je staat.
556
Tikides?
Ik herinner me de woorden nog.
557
Het einde gaat zo:
„We zullen…“, „jij en ik“,
558
„de gelukkigste ter wereld“,
„de rijkste ter wereld…“
559
Het was dit of niets, Mona…
560
Wat denk je nu? Wat zouden
we anders gedaan hebben?
561
Bovendien heeft
hij je verkracht.
562
Hij heeft je verkracht, toch?
563
Hij was een stuk stront.
564
Wat een miserie.
565
Kom op, Mona. Help mij een beetje…
566
Kom op.
567
Het wordt steeds beter.
568
Het wordt echt tijd om op reis te gaan.
569
Over een kwartier…
…waarschuw je de politie.
570
Dan zijn we midden in de nacht…
571
…je werd wakker door veel
lawaai, geweerschoten.
572
Je vond de lange Griek…
573
…helemaal levenloos,
en je tante.
574
Wacht 2 tot 3 weken
tot alles vergeten is…
575
…en hop…
576
…we gaan naar Istanbul
of Constantinopel…
577
…wij tweeën.
578
De afdeling: speciale
aanbiedingen, presenteert…
579
…Frank Poupart!
580
Poupée voor de vrienden.
581
In…
582
…de beste deal van het jaar…
…honderdduizend frank, belastingvrij.
583
Ze kennen mijn zwakke plek…
584
Met een beetje geluk…
585
…zoals gewoonlijk…
…laat ik mij oplichten.
586
Ik moet een schuilplaats vinden.
587
Tegen de wind en stroom…
588
…huilend door de beproeving…
…maar nooit verslagen.
589
Goedenavond, Poupée.
590
Wat doe jij hier?
591
– Ik heb mijn sleutel toch nog?
– Ja, én?
592
Als je een postzegel hebt,
stuur je dan ter plekke een brief?
593
En als je een telefoon hebt, bel je direct?
Als je een geweer hebt, schiet je dan?
594
Alsjeblieft, dit is al moeilijk genoeg.
595
Ah? Het is „moeilijk“ genoeg voor jou?
596
En voor mij is het makkelijk,
hè? Hoe zit het daarmee?
597
Dat maakte mijn
leven gemakkelijker?
598
En nu…
599
En nu, het leukste moment van deze show…
600
En hier is hij dan…
601
…de tutu-jas… zacht en mannelijk…
…volledig met de hand gemaakt.
602
Voel eens… Voel maar.
603
Alle vrouwen staan er wild van.
604
Stop ermee, Frank.
Alsjeblieft…
605
Ik moet met je
praten… luister dan toch…
606
Luister! Ik ben het zat om
naar anderen te luisteren.
607
– Je gaat naar me luisteren.
– Nee! Het is voorbij.
608
Ik luister niet meer.
609
Frank?
610
Ga je gang.
Laat maar komen.
611
Kom op, spreek dan.
612
Verdorie, Jeanne.
613
Sta daar niet als een paal.
614
Je gaat wortel schieten.
615
Kom zet je toch neer.
616
Maar neen…
617
Niet zo ver, kom dichterbij.
618
– Wil je dat echt?
– Natuurlijk, natuurlijk.
619
– Hier ben ik dan.
– Ja, ja.
620
Je bent er.
621
Wil je niet weten waar
ik heen ben geweest?
622
Ik weet het niet.
Bij je moeder?
623
Een hotel…
624
…in Parijs, in het 14de arrondissement.
625
Ik moest even nadenken…
626
…om op een
rustige plek te zijn…
627
…vooral op dit moment.
628
Wat is het probleem?
629
Oh, Frank.
Ik ben de enige schuldige.
630
Ik wist wat ik deed. Begrijp je?
631
Luister…
…schatje.
632
Laten we geen ruzie
maken over wie er fouten heeft gemaakt.
633
Maar… nu dat je er toch over hebt…
634
…wat bedoel je daarmee?
635
Jij wist wat je deed?
636
Neem het niet zo op…
637
Denk je dat ik gek ben? Je
denkt dat ik helemaal gek ben.
638
Frank Poupart,
volkomen schizofreen.
639
Dat is het. Dat is wat jij denkt.
Dat denk je in je kleine hoofd.
640
Verdorie Jeanne…
641
Met alles wat ik dezer dagen meemaak…
Toch, gelukkig, gelukkig.
642
Ik loop gelukkig niet rond met
een dwaas in mijn hoofd. Ja, ja.
643
Als het niet de ene is, is het wel de
andere. Ze blijven de hele nacht op…
644
…ze verzinnen een manier om
kwaad over mij te zeggen.
645
Geef het toch op zijn minst toe.
Geef toe dat ik nooit geluk heb gehad.
646
Zoals iedereen, weet je.
647
Zoals iedereen, verdorie. Noem me één
man die hetzelfde heeft meegemaakt.
648
Geef mij één naam…
649
Ik ben nu toch terug.
650
Alles zal veranderen, je zult zien.
651
Alles komt goed.
652
Oh, croissants!
Oh, de krant!
653
Oh… net als in de goede oude tijd.
654
Is je iets opgevallen?
655
Voor je neus…
656
…opgekleed, haar gedaan,
make-up op dan dat om 08.00 uur.
657
Je bent mooi. Schat, je
bent geweldig. Echt waar.
658
Prachtig.
659
– Kom je vanavond terug?
– Natuurlijk, waarom?
660
Het is enkel maar een vraag.
661
Om het avondeten klaar te maken.
Ga nu maar anders kom je te laat.
662
„Oudere dame vermoordt haar agressor“
663
„…voordat ze aan
haar verwondingen bezwijkt…“
664
„…nadat ze van de trap is gevallen.“
665
Proficiat Mona, we hebben ze liggen.
666
Jij… mijn kleine Mona.
Jij, mijn kleine Monaatje…
667
…mijn klein straaltje tralala…
Arme meid.
668
Wat kan het mij schelen?
669
Zo’n klein trutje is gewoon goed om
heel mijn dag naar de kloten te helpen.
670
Kijk maar hoe ze mij besprong.
671
Allemaal dezelfde…
672
Het één compenseert het andere niet.
673
In tegenstelling tot haar zuigt Jeanne
geen lul in de openbare toiletten.
674
Tijd om te werken.
675
Dit is voor mijn 8 uren.
Naar de hel met de rest.
676
Wel vriend, een bestekset, twee
frituurpannen en drie snelkookpannen.
677
Ze betalen allemaal contact,
wat gebeurt er met je klanten?
678
Openen ze een restaurant ofzo?
679
Ik doe mijn best, baas.
680
Heb je het verhaal al gelezen van de
Evreuxstraat, de oude dame en de Griek?
681
Oh, ja… ik heb erover
gelezen in een krant.
682
– Ze waren toch je klanten?
– Ja, dat is waar.
683
Jammer dat het niet vaker voorkomt. Als
ze allemaal konden sterven met open mond…
684
Mijn god. Als al onze klanten een
gewelddadige dood zouden sterven…
685
…zouden we nooit het
einde ervan horen.
686
Nog iets…
687
…was er iets vreemds bij die klanten?
688
Nee, niet echt.
689
Je hebt de krant dan niet goed gelezen.
De oude vrouw had geen cent.
690
En vorige week kocht ze nog een
kamerjas voor 375 francs.
691
– En wat dan nog?
– Hoezo…
692
…vind je het dan echt niet vreemd?
693
– Luister baas.
– Ja.
694
Ik ga iets zeggen, oké?
695
Ik word niet betaald om…
aan psycho… dju…
696
…om je klote klanten te analyseren.
697
Ze zijn allemaal gek en zwakzinnig.
Anders zouden ze je rotzooi nooit kopen.
698
Het enige wat mij interesseert
is de 33%…
699
…zo is het. Dat gezegd
zijnde, goedenavond.
700
Gefeliciteerd, je praat als
een echte verkoper.
701
– Welterusten.
– Frank!
702
– Wat wil je nu weer?
– Je bent echt nerveus.
703
Heb ik iets fouts gezegd?
704
Nou… ik ben echt moe, Taplin.
Moe…
705
Ik heb het naar mijn
zin gehad dus ik ben doodop.
706
– Je hebt spijt.
– Van wat heb ik spijt?
707
Dat je spijt hebt,
je voelt je verantwoordelijk.
708
Excuseer?
709
Die ouder vrouw gaf je het
adres van Griek, toch?
710
Hij moet erachter zijn gekomen
en wraak hebben genomen.
711
Ja, en? Eind goed al goed.
Nu zitten ze allebei in de diepvriezer.
712
Je hart is precies een steen, Frank.
Ga nou maar…
713
Ga nu maar.
714
Nee, nee. Hij weet niets.
715
Het is zijn gebruikelijke
truc om mijn ballen kapot te krijgen.
716
Kom, mijn goede oude kleine man.
We gaan naar huis.
717
Nee, nee, nee, puppy. Nee!
718
Ik zag het geld, toen
je het in je koffer stopte.
719
Het is teveel.
720
Frank?
721
Wat heb je gedaan, Frank?
722
Nee, Frank!
Nee, nee. Niet dit. Nee!
723
Niet huilen Jeanne. Alsjeblieft.
724
Ik wil niet dat je huilt!
725
Niet huilen!
726
Alstublieft.
727
Ik wilde het je vertellen, maar…
Ik weet nog niet of ik het zal houden.
728
Ik wilde je geen
valse hoop geven.
729
Nadien…
730
Ik heb het gevonden.
731
Stop ermee.
Ik smeek je om te stoppen.
732
– Stop met liegen tegen me.
– Ik lieg niet, Jeanne.
733
Ik kan niet tegen je liegen,
dat weet je maar al te goed.
734
Ik weet dat het ongelooflijk klinkt
maar ik heb het gevonden.
735
Dit is de enige waarheid. Ik
vond het geld vrijdagavond
736
bij een klant die was
vertrokken zonder te betalen.
737
Ik vond het toen ik zijn
appartement binnen ging.
738
Maar waarom ging je naar binnen?
739
Maar… omdat…
740
Ik was op zoek naar een bewijs.
741
Welk bewijs?
742
Als je het echt wilt weten laat
het mij dan uitleggen.
743
Ik ben een al en één oor.
744
Bedankt!
745
Een bewijs van waar hij was gevlucht.
746
Een telefoonnummer…
…een adres op een envelop.
747
Ik doorzoek zijn appartement maar
heb niets gevonden.
748
Maar helemaal niets…
749
…het is verdacht.
750
Alsof… er grote moeite werd gedaan…
751
…om geen spoor achter te laten.
Ik ben gewoon nieuwsgierig.
752
Ga ik verder…
753
…en uiteindelijk, in een kast…
754
Ik stond te trillen.
755
Wat was de naam van je klant?
756
Estil, Robert Estil. Ik ga zijn
dossier zoeken, als je wilt.
757
Nee, nee, dat is helemaal niet nodig.
758
Ik sta tot uw dienst.
759
Hoeveel geld is er aanwezig?
760
Ik weet het niet…
761
20 of 30.000 frank.
Misschien zelfs meer.
762
Het is waarschijnlijk
gestolen geld.
763
Je begint terug…
764
Zie je wel dat je terug begint.
765
Waarom zou het
meteen gestolen geld zijn?
766
We moeten de politie inlichten.
767
Natuurlijk, zodat ze mij kunnen verdenken.
768
Niets van, toch bedankt.
769
Ken je de flikken nu nog niet?
770
Ze zullen niet aarzelen om mij te verhoren.
771
– Maar aangezien je het geld terugbrengt…
– Dat is het…
772
Daar gaat het over.
Ze zullen dolblij zijn.
773
Ze zullen mij absoluut niet geloven.
774
Om te beginnen…
775
…het is waar, het
klinkt ongelooflijk.
776
Dat is precies…
777
…het soort verhalen die
niemand gelooft, nooit.
778
Vooral als het waar is.
779
Eigenlijk…
780
…jij gelooft het zelfs niets.
781
– Ik geloof je.
– Dat zeg je zomaar…
782
…weet je…ik zou het begrijpen
mocht je mij niet geloven.
783
Jeanne… jij en ik… we hebben allebei
nog nooit een kans gehad.
784
Dus…
785
…we kunnen maar
beter dingen onder ogen zien…
786
…om te beginnen, kunnen we een
nieuw leven opbouwen…
787
We kunnen het tenminste toch proberen.
788
Trouwens…
789
…we zouden zelfs…
790
Je weet het wel…
791
Wat weet ik wel?
792
Je weet wel…
793
Ik heb er niets tegen
om een kleine Poupart te
794
maken als we ze
fatsoenlijk kunnen verzorgen.
795
Kleine Frankoo Pouparoos.
796
Je bent soms zo aardig.
797
Het nichtje van de vermoorde oude dame
opgehaald door het openbare ministerie.
798
Wat is dat nu weeral voor werk?
799
Kalmeer.
800
Er is geen reden tot paniek.
801
Ze zullen haar moeilijk aan
de praat krijgen.
802
Geen kletskous ons Mona.
803
Je bent toch doodsbang geweest.
804
Een terugdeinzende trut, verdorie.
805
Als ze 5 minuten blaft,
zal het wel genoeg zijn.
806
Onnozelheden.
807
Ik praat nu tegen mezelf.
Het wordt beter met de dag.
808
Het wordt beter en beter, Frank. Doe
zo voort en je kan op mijn plaats zitten.
809
– Verder alles goed?
– Natuurlijk.
810
Des te beter voor u.
811
Wat ben je van plan, Taplin?
Waarmee ben je mee bezig?
812
Met mij? Helemaal niets? Maar ik
irriteer je blijkbaar, ga maar naar huis.
813
Je hebt een vermoeiende dag
gehad, ga toch naar huis.
814
We zijn erbij.
815
Ik weet zeker dat de politie ons zal
achtervolgen, dat was te verwachten.
816
We hebben elkaar in een
winkel gezien, ongelooflijk.
817
We hadden toch een
overeenkomst, of niet?
818
We moesten een paar dagen
wachten om elkaar te zien.
819
Dat is het, schaap. Bol het maar af.
820
Laat je door de
politie belazeren. Vuile teef.
821
Dat is prima, ik zal alles wel
voor mijn eigen houden.
822
Je zult geen cent krijgen van de
oude dame. Hoor je me? Geen cent!
823
Het geld maakt je dus niets
uit? Je hebt je hoofd in de wolken.
824
Waarom maakt het geld niets uit?
825
Je bent tenslotte
maar een kleine slet.
826
Het is vanwege het
geld dat je achter me
827
aan kwam, nietwaar?
Is het dat dat je wilde?
828
Dat wind je op, niet?
Zeg het maar eerlijk…
829
Zeg het maar: het is het enige
wat je opwindt. Ik was het niet.
830
Je geeft niets om een eikel zoals ik.
831
Eikel!
832
Arme eikel!
833
Arme eikel!
834
Mona…
Maar waarom?
835
Waarom ik?
836
Ik hou van je Mona.
837
Ik hou zoveel van je.
838
Ik heb nog nooit… van iemand
zo gehouden als van jou.
839
– Wat is er nu?
– Ik wil bij je blijven.
840
Natuurlijk wel.
841
Goed.
842
Goed.
843
En bovendien, aangezien de dingen zijn
zoals ze zijn, laten we meteen beginnen.
844
In de auto, Gertrude!
845
Luister, Mona, ik moet even langs huis
passeren achter mijn tandenborstel.
846
Ik zet je af aan de bioscoop
en kom je later halen.
847
– Nee.
– Waarom niet?
848
Je kunt niet meegaan naar mijn
huis, het is te riskant. Er zijn grenzen.
849
Frank.
850
Ja, Jeanne?
851
Ik ben zo terug, een klein
ogenblikje.
852
– Frank!
– Ja… ik kom eraan.
853
Als ik nog niet eens rustig kan
kakken, waar gaan we naartoe?
854
– Frank, ik heb er genoeg van.
– Waarom zo’n haast?
855
Er is toch nergens vuur?
856
Ik moet het weten.
857
Stop met liegen.
858
Hoe kom je aan dit geld?
859
Maar ik zei het je toch, schat.
Ik heb het allemaal al uitgelegd.
860
Nee, je liegt.
861
Waar was je zondag?
862
Wat is er gebeurd?
863
Je hebt de waarheid niet verteld.
864
Jeanne.
865
Is dat een reden om mij te
beschuldigen van liegen?
866
Je dronk de hele zondag door…
867
…met iemand anders, en toen vertrok
je. En je kwam terug met het geld.
868
Wat heb je gedaan, Frank?
869
– Wat heb je gedaan?
– Niets.
870
Jeanne, gewoon een kleinigheidje
met mijn vrienden.
871
Dat is alles, ik heb ze vergezeld
naar hun huis, verdorie.
872
Er is iets anders gebeurd.
Iets heel ernstigs.
873
Je moet me geloven, Jeanne. Je
moet wel. Ik lieg niet. Ik bescherm je.
874
Waarom kwam je zondag dan
terug met al dat geld?
875
Je bent moe, lieve
Jeanne. Ga naar bed.
876
Welk verband is er met de
krant van deze ochtend?
877
Wat heb je te maken met
dat vreselijk verhaal?
878
Welk verhaal?
879
Je weet het heel goed, er wordt
in alle winkels over geroddeld.
880
Ze is dood, die oude dame…
881
Laat mij dat afhandelen,
Jeanne. Alsjeblieft.
882
Ik wil het weten.
Ik moet het weten.
883
Maar wat krijg je plots?
Ik heb je toch niets aangedaan.
884
Waarom ben je boos op mij?
885
Ik heb het recht om het te weten,
ik ben je vrouw.
886
Ik word er misselijk van,
zwijg erover, Jeanne.
887
Ik smeek je.
888
Ik heb dat geld verdient…
889
…omdat ik iemand heb gered. Als
je dat zo graag wilt weten.
890
– Waar was je zondagavond?
– Hou je mond, Jeanne.
891
Begrijp je niet dat ik jou ook wil redden?
892
– Wat is er zondagavond gebeurd?
– Geef me wat rust! Verdorie.
893
De waarheid? Houd je niet in.
Zeg maar wat je van me vindt.
894
Kom… kom maar op met je vreselijke
gedachten. Ik doodde…
895
Ik doodde de oude vrouw
met mijn blote handen…
896
en ik heb die andere
vermoord met een wapen.
897
Is dat het?
Kan je je dat voorstellen?
898
Ik zou dit hebben gedaan, ik?
899
Nee. Dood me niet.
900
Ik ben zwanger.
901
Niet schreeuwen.
902
Niet schreeuwen, Jeanne.
Schreeuw niet. Je gaat toch niet huilen?
903
Je gaat toch geen vreemden opbellen…
je zal toch je eigen man niet verlinken?
904
Dat zou je toch niet doen, Jeanne. Nee
mijn Jeanne, mijn liefste. Nee, lieverd.
905
Dat zou je niet doen.
Dat zou je niet kunnen doen.
906
Dat zou je niet kunnen.
907
Het komt nu terug goed…
908
…je zult het zien.
909
Wat is er?
910
Wat is er?
911
Waarom kijk je me zo aan?
912
Ik ben er, Jeanne.
Ik kom eraan.
913
Goedenavond, kleine Frank.
914
U lijkt niet erg blij me
te zien, meneer Poupart.
915
Wil je me niet uitnodigen
om te gaan zitten?
916
Het is echt
gezellig, bij jou thuis.
917
Een echte Lodewijk XV-woonkamer.
918
Ik wil alles.
919
Alles wat je hebt verzameld.
Dankzij twee moorden.
920
Twee moorden…
921
…één van de meest
idiote moorden die ik ooit heb gekend.
922
Ik moet bekennen
dat ik het niet echt begrijp…
923
…wat er in je hoofd omgaat.
Ik wil het inderdaad niet weten.
924
Maar om zo diep in de stront te geraken
moet er nog wat zo op het spel staan.
925
De oude vrouw had waarschijnlijk
een vroom gevoel voor zuinigheid.
926
Nee, het is een liefdesverhaal.
927
Een verschrikkelijk
liefdesverhaal.
928
Liefde voor het geld.
929
Hoe verklaar je anders, vanaf
die moord gepleegd werd, dat je
930
geen enkel klant meer hebt
bezocht en toch geld binnenbrengt.
931
Genoeg hierover…
932
– Waar is het geld.
– Die is er niet.
933
Niet veel.
934
Er zijn… er zijn minder inkomsten dan…
935
Ik heb het verstopt.
936
Ik verstopte het op
een braakliggend terrein.
937
We kunnen het gaan
halen, als je wilt…
938
Goed, maar ik moet je
waarschuwen dat ik een brief
939
heb achtergelaten bij
één van mijn vrienden…
940
…als ik niet voor
middernacht bij hem thuis kom…
941
…brengt hij de politie op de hoogte.
942
Ja, mijn kleine.
Dit is hoe het zal aflopen.
943
Je gaat me nu
meteen het geld geven.
944
Wees voorzichtig, Frank.
Ik kan niet met je vechten.
945
Sla me maar als je wilt,
ieder zijn ding.
946
Maar vergeet die brief niet.
947
Waar is het geld?
948
Prachtig.
949
Ik stel voor dat je een deel neemt, maar…
Ik ken je, je zou weigeren.
950
Alsjeblieft, Taplin.
951
– Laat me wat geld achter.
– Nee, nee, nee…
952
– Ik smeek je.
– Praat geen onzin.
953
– Kom, maar een beetje. 2000 frank.
– Nee, nee, nee…
954
– Om mijn geluk te beproeven.
– Nee, nee.
955
– Ik was degene die alles deed.
– Nee, nee, nee…
956
Nee, je zou het geld slecht gebruiken.
957
Laat me je wat advies geven.
958
Denk maar niet dat jouw problemen
kunnen opgelost worden met geld.
959
„Poil aux dents“, zoals jezelf
altijd citeerde.
960
0- Kom op, iets.
– Nee, nee, nee…
961
Twee of drie kleine
biljetten. Kom op!
962
Het is niet dat ik
me verveel, maar…
963
…mijn wangen branden, tot ziens,
mijn kleine Frank… tot ziens.
964
Ik was het bijna vergeten, je vriendin.
965
Laat haar toch binnen.
966
Ze zal nog kou vatten als ze
op straat moet blijven wachten.
967
En je lijkt zo eenzaam.
968
Kom je nu mee?
969
Het is de grote dag.
970
We gaan een maanlichtfeest
houden onder de kokospalmen.
971
Alles gaat goed, hè? Ik heb
het geld. De koffer zit er vol van.
972
Alles is nu in orde.
We moeten niet meer bang zijn.
973
Mona?
974
Zeg me dat we nergens
meer bang voor hoeven te zijn.
975
Zeg het, Mona.
976
Zeg me dat we nergens
meer bang voor hoeven te zijn.
977
Zeg me gewoon dat we nergens
meer bang voor hoeven te zijn.
978
Zeg het me, Mona, we hebben niets
meer om bang voor te zijn.
979
We hebben nu niets
meer om bang voor te zijn.
980
We hebben niets meer
om bang voor te zijn…
981
We hebben nu niets meer
om bang voor te zijn, Mona.
982
We hebben niets meer
om bang voor te zijn…